Leo Reawaruw – Leeuwarden – veteraan en voorzitter Stichting Maluku4Maluku

‘De Nationale Dodenherdenking is totaal veranderd de afgelopen jaren. De Moluks-Indische gemeenschap heeft daarin wel een goede rol gekregen, mede dankzij mijn inzet. Er zijn daarnaast geluiden dat onze militairen die hebben gevochten in Bosnië en Afghanistan ook herdacht moeten worden. Daar heb ik wel vrede mee. Twee minuten van bezinning over oorlogen waarbij we betrokken zijn geweest, waarom niet? Ook met het herdenken van Nederlandse militairen die vochten tijdens de Politionele Acties heb ik geen moeite.

Door de Pemuda’s (nationalistische knokploegen, red ) zijn in de eerste vier weken na het uitroepen van de Indonesische Onafhankelijkheid op 17 augustus 1945 zo’n dertigduizend Indisch-Nederlandse mensen vermoord (deze periode staat bekend als de Bersiap, red.). Dat geweld moest stoppen. Trouwens, de Pemuda’s vochten elkaar onderling ook de tent uit. Het was een gruwelijke tijd, lang niet zo zwart-wit als soms wordt gedacht. De Politionele Acties hebben voorkomen dat er nog meer slachtoffers zijn gevallen. Dat hebben militairen onder de Nederlandse vlag gedaan en tijdens de Dodenherdenking herdenken we ook de gevallenen uit andere oorlogen waarbij Nederland betrokken was. Dus ik heb er vrede mee.

We zijn in Nederland nu al weer een hele tijd gevrijwaard van oorlog. We mogen blij zijn dat we hier in vrijheid kunnen leven, dat Nederland een democratie is. Ik zag op WNL een veteraan die naar Afghanistan was gegaan – en toen opeens besefte hoe goed we het in Nederland hebben. Dat mogen we koesteren.

Voorheen was de herdenking van de Tweede Wereldoorlog voor ons Ambonezen een beetje dubbel. Wij zijn na de oorlog ontzettend genaaid door de Nederlandse regering, maar aan de andere kant bleven wij koningin Wilhelmina altijd trouw. Dat is nooit veranderd. Ik, als iemand van de jongere generatie, was al weer wat kritischer. Ik kom helemaal uit de militaire traditie en ik eer de militairen die zijn gevallen. Maar ik dacht ook: waarom wordt de Molukse gemeenschap hier niet bij betrokken? De Japanners hebben flink huisgehouden in Indië en wij Ambonezen waren zo gek als een deur. Wij weigerden om over de Nederlandse vlag heen te lopen, wilden niet op het portret van Wilhelmina spugen. Want de Japanners gingen de dorpen rond met vlaggen en portretten, om de lokale bevolking hierop te laten spugen. Molukkers waren zo trouw aan Nederland dat ze dit weigerden, ook onder dreigen van onthoofding. Dan bogen ze hun hoofd. Gekkenwerk, vooral met de kennis van achteraf. Nederland, ook het koningshuis, heeft de Molukkers namelijk in de steek gelaten. Er kwam geen eigen Zuid-Molukse Republiek (Republik Maluku Selatan, RMS, red.). Ik draag daarom een oranje stropdas om iedereen hieraan te herinneren, daar mag men over nadenken. Want in principe ben ik republikein.

Het is me pas vorig jaar gelukt om een officiële Ambonese delegatie mee te krijgen naar de Nationale Dodenherdenking. Dit jaar nam ik als genodigde de allerjongste deelnemer – Gersayno Tahitu, een vijfjarige jonge uit Ede – mee naar de Nieuwe Kerk. De hele kerk zit altijd vol met bobo’s – maar als wij het herdenken willen doorgeven aan de volgende generaties, dan moeten we ook kinderen hierbij betrekken. Wij als Molukse gemeenschap hebben ons aandeel in de oorlog wel geleverd. Ik ben dankbaar dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei gehoor heeft gegeven aan ons verzoek om ook het Molukse verhaal een plek te geven.

Tegenwoordig ben ik ook in contact met de laatste levende Surinaamse veteranen. Die mannen hebben tegen de Japanners gevochten in Indië en waren actief in de Prinses Irene Brigade, die ook een steentje heeft bijgedragen aan de bevrijding. Ten slotte waren Surinaamse veteranen actief in de Korea Oorlog. Echt een vergeten stukje geschiedenis. Gelukkig heb ik met directeur Jan van Kooten van het Nationaal Comité de afspraak kunnen maken dat ik volgend jaar de Surinaamse veteranen mee mag nemen naar de herdenking, vijfenzeventig jaar na de bevrijding.

Opdat wij – maar vooral zij, de Nederlanders – niet vergeten!’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *